De beste boekbespreking? Zo doe je dat.
Acht toffe tips!
Tip 1: Kies een boek dat je leuk vindt
Elke boekbespreking begint met het kiezen van een boek. Kies altijd een boek dat je leuk vindt. Anders wordt je boekbespreking een saaie toestand. Besteed tijd aan het maken van je keuze. Ga naar de bieb. Kijk in je boekenkast. Overleg met je juf/meester/moeder/ vader/buurman/ buurvrouw/opa/oma/tante/vriend/vriendin/wie jij maar wilt … Als je maar een leuk boek vindt én dat leest. Anders helpt het niet.
Tip 2: Lees een stukje voor
Begin je boekbespreking met voorlezen. Dan heb je meteen de aandacht van de klas. Kies een stukje dat je zelf grappig of mooi vindt. Daar ga je beter van lezen. Oefen het voorlezen hardop thuis. Vraag of iemand proefkonijn wil zijn. Je vader of je moeder. Of een goede vriend of vriendin. Ze moeten wel eerlijk zijn. 
Tip 3: Zoek informatie
Je moet natuurlijk wel iets te vertellen hebben. Ga daarom op zoek naar informatie over:
  • De schrijver van het boek
    Veel schrijvers hebben een website. Daar vind je info. Je kunt ook Googlen of een e-mail sturen naar de schrijver. Het e-mailadres vind je vaak op de website van de schrijver. 
  • De tekenaar of illustrator van het boek  
    Veel illustratoren of tekenaars hebben een website. Daar vind je info. Je kunt ook Googlen of een e-mail sturen naar de illustrator. Het e-mailadres vind je vaak op de website van de illustrator. 
  • De uitgever van het boek 
    Op de kaft staat welke uitgeverij het boek heeft uitgegeven. Het is leuk om ook andere boeken te noemen die bij deze uitgeverij verschenen zijn. Die vind je vaak op hun website. Bekende uitgeverijen zijn Leopold, Querido, Zwijsen, De Fontein of Lemniscaat. Maar er zijn er nog veel meer.
  • Het jaar waarin het boek is uitgegeven
    Dit vind je in de binnenkant, meestal vooraan. Vaak zie je dit teken © met een jaartal erachter. Soms is een boek al best oud. Waar zie je dat aan? Waarom is het nog steeds leuk om te lezen? 
  • Is het boek onderdeel van een serie of juist niet? 
    Dit kun je uitvinden via Google. Het staat meestal ook in het boek zelf. 
Tip 4: Gebruik het digibord 
Gebruik het digibord in de klas. Hoe? Laat steeds een plaatje zien en vertel daar iets bij. Bijvoorbeeld een foto van de schrijver of een foto van alle boeken van de serie. Of een foto van een illustratie uit het boek. Zo onthoud je waar je iets over wilt vertellen. Vertel iets bij elk plaatje. 
Tip 5: Vertel wie de hoofdpersonen zijn  
Elk boek heeft hoofdpersonen. Meestal één of twee. Het zijn de belangrijkste personen uit het boek. Vertel hun naam, hoe ze eruitzien en vertel iets over hun karakter. Zijn ze rustig of juist snel boos? Hebben ze veel vrienden of weinig? Wonen ze in een dorp of een stad? Is er iets belangrijks gebeurd in hun leven? Vertel kort wie de andere personages in het boek zijn. 
Tip 6: Vertel waar het boek over gaat
Vertel je klasgenoten waar het boek over gaat. Vertel zoveel dat ze nieuwsgierig worden (en het boek zelf gaan lezen) maar vertel niet alles. Als je spoilt, is de spanning eraf. Vertel altijd Wie deed Wat Waar Wanneer en Waarom? Dan heb je het belangrijkste te pakken.  
Tip 7: Sluit af met je mening
Geef op het einde je meing over het boek. Woorden die je daarbij kunt gebruiken zijn: spannend, saai, verdrietig, grappig, leerzaam, een must voor anderen, in één adem uit, moeilijk geschreven, vlot geschreven of … alles wat je maar vindt. Zeg nooit alleen ‘het was een leuk boek’. Vertel dan ook waaromje het leuk vindt. 
Tip 8: Oefen 
Oefen je boekbespreking. Eerst voor je knuffels en daarna voor je vader, moeder, vriend, vriendin … wie je maar wilt. Vraag naar tops en tips. Daar wordt je boekbespreking nóg beter van. Je kunt dit oefenen ook opnemen met een mobieltje. Dan zie je zelf wat er beter kan en wat er al goed is. Veel succes!

© 2020 Design door Manon van Riel

© 2020 Illustratie door Rick de Haas